De geschiedenis van Rotary


Iedere Rotarian weet dat Paul Harris de stichter is van Rotary. Zelfs vele niet-Rotarians weten dat. Paul Harris werd geboren in 1868 in Racine in de staat Wisconsin aan het meer van Michigan. Hij groeide echter op in Vermont, een van de New England staten in het oosten van de Verenigde Staten in een plaatsje genaamd Wallingford op het platteland bij zijn grootouders van vaderszijde. Zijn ouders konden niet zo erg verstandig met geld omspringen en zijn vader was iemand met twaalf ambachten. Zij zaten zo vaak in geldnood dat zij niet al hun kinderen thuis konden hebben. Paul Harris heeft een gelukkige jeugd gehad bij zijn grootouders met wie hij een heel bijzondere band had. Zij hebben hem groot gebracht en hem gestimuleerd en er voor gezorgd dat hij naar de universiteit ging.

Na zijn studie heeft hij eerst vijf jaren overal rondgezworven. Hij heeft ook een poos in Europa gezeten. Na vele omzwervingen is hij uiteindelijk in Chicago terechtgekomen, waar hij zich als advocaat vestigde. In de beginjaren had hij het erg eenzaam. Zijn cliënten waren mensen uit het zakenleven en de vrije beroepen, zakenvrienden waarmee hij buiten zijn werk geen omgang had. Hij dacht vaak aan zijn jeugd op het platteland waar iedereen ook iedereen kende en menselijke contacten en persoonlijke belangstelling heel gewoon was. Hij wenste in Chicago ook meer onderling contact, wederzijdse belangstelling en waardering, vriendschap en steun tussen de verschillende beroepen. Hij vroeg zich af of hij en zijn kennissen er niet mee gebaat zouden zijn als de zakenrelatie zich ontwikkelde tot een meer intieme sociale verhouding. Hij besprak dit denkbeeld met enkele vrienden en aangemoedigd door hun enthousiasme nodigde hij op 23 februari 1905 drie zakenlieden van verschillend beroep voor een vriendschappelijke avond op zijn kantoor uit. Het waren Silvester Schiele, Gustaphus Loehr en Hiram Shorey. Met Harris zelf waren het vier kennissen van Amerikaanse, Duitse, Zweedse en Ierse afkomst die van geloof protestants, katholiek en joods waren. Alle vier produkten van de Amerikaanse smeltkroes en als zodanig de voorlopers van de internationale organisatie die ze zouden starten. Het idee sloeg aan en de club kwam tot stand. Men besloot eenmaal per week bijeen te komen in het kantoorlokaal van een der leden en wel telkens bij een ander lid, z.g. “in rotation”, wel de voornaamste reden waarom de club enige tijd later Rotaryclub werd gedoopt. Nadat ze een vijfde lid, Harry Ruggles, hadden aangetrokken werd de groep geformaliseerd als de Rotaryclub van Chicago. Het aantal leden nam snel toe en was weldra te groot om de bijeenkomsten te houden op het kantoor van een der leden. Men besloot daarom voortaan niet meer s’avonds maar s’middags te vergaderen aan een gemeenschappelijke lunchtafel. Deze wijze van vergaderen is kenmerkend gebleven voor al de duizenden Rotaryclubs die sindsdien zijn ontstaan.

De leden van de eerste club kozen in 1905 als embleem een wagenwiel later vervangen door een tandrad voorzien van 6 spaken en 24 tanden.

Vanuit Chicago verspreidde Rotary zich over de steden van de Verenigde Staten.

1908 – 2de club in San Francisco

1910 – 16 clubs

– Nationale organisatie ” National organisation of Rotaryclubs”

– Landsgrenzen doorbroken. RC Winnipeg, Canada.

1911 – Rotary stak oceaan over. RC Dublin. Door Ier die in S.Francisco lid was.

– London, Rotarians uit Chicago en Boston wegens zakenrelaties.

– Daarna Manchester, Belfast, Edinburgh, Liverpool en Birmingham.

1912 – International Association of Rotary Clubs ( in 1922 afgekort tot Rotary

International). – inmiddels reeds een mondiale beweging geworden.

1920 – Madrid, Japan

1921 – Denemarken en Frankrijk

1922 – Nederland en Noorwegen. Charter R.C.Amsterdam 19.1.23

Spoedig gevolgd door zovele anderen dat Nederland een apart district werd.

1923 – België en Italië en andere werelddelen.

1927 – Indonesie

1937 – West Indië

1938 – Duitse, Oostenrijkse en Italiaanse RC verboden. Charters ingetrokken.

1940 – Spaans, Spaans Marokko en Tsjechoslowaaks verboden en charters ingetrokken.

In Nederland sloeg de Rotarygedachte aan. Na Amsterdam volgden er vele clubs zodat spoedig Nederland een apart district werd met een eigen gouverneur. Met de tweede wereldoorlog veranderde er natuurlijk wel het een en ander. In juni 1940 wist gouverneur Korthals Altes te melden dat er in de meidagen geen Rotarians zijn gevallen, wel waren er enkele leden van de RC Breda en Middelburg zoek. Bijna alle clubs hielden weer geregeld hun gezamenlijke maaltijden. In september 1940 kwam er al verandering in de situatie. De bezetter zag in Rotary een soort vrijmetselarij en sprak van Rotaryloges en een geheime genootschap. Rotary werd tot verboden vereniging verklaard. Rotary in Nederland trof hetzelfde lot als in 1938 voor de Duitse, Oostenrijkse en Italiaanse clubs en begin 1940 voor de Spaanse, Spaans-Marokkaanse en Tsjechoslowaakse clubs. Het bestuur van Rotary International besloot weldra de charter van alle clubs, gevestigd in Duitsland en zijn bondgenoot-staten en in de door hen bezette gebieden in te trekken.

Formeel was hiermede een einde gemaakt aan het bestaan van Rotary in Nederland. In feite echter is het verband nimmer verloren gegaan. Alle bezittingen waaronder kasmiddelen en archieven werden weliswaar in beslag genomen, maar men bleef in oorlogstijd het contact houden. Hoewel de bijeenkomsten verboden waren kwam men toch op de meest uiteenlopende tijden bijeen, meestal in kleine clubjes, aan de borreltafel in een café of bij de leden thuis. Men organiseerde verjaarspartijtjes, waarbij het met de gegevens van de burgerlijke stand niet al te nauw genomen werd. In Haarlem werd een soort “kunstclub” in elkaar gezet., waarschijnlijk bedoeld als club voor kunstminnaars en in wezen beter te verstaan als “kunstmatig gevormde club”. De laatste charteruitreiking was die aan RC Bussum in de tijd van de bezetting nog voor Rotary werd verboden. Gouverneur Korthals Altes zei bij die gelegenheid onder meer het volgende: “Toen het bestuur mij vroeg deze plechtigheid toch te laten doorgaan, heb ik daar eerst erg tegen opgezien. Wat moet ik zeggen, wat kan ik vertellen zonder in nietszeggende gemeenplaatsen te vervallen, of zure opmerkingen te maken over “international”. De Rotary familie is uit elkaar geslagen. Verschillende leden kunnen elkaar niet bereiken, weten niets van elkaars bestaan af, of wat erger is, dreigen van elkaar te vervreemden. Maar er is nog meer dat de “i” van R.I. thans toch belangrijk maakt. Na deze tijd van scheiding en vijandschap komt onvermijdelijk weer een van samenwerking en laat ons hopen, vriendschap. Maar zo’n overgang gaat niet ineens, daarvoor moet voorbereidend werk verricht worden, niet bij anderen maar bij onszelf “.

Als we bedenken dat deze statement in bezettingstijd is gemaakt, zien we dat gouverneur Korthals Altes een man van visie was en de beginselen van Rotary zeer was toegedaan. In 1945 kwamen de clubs weer openlijk bij elkaar. Er bleken 97 Rotarians de oorlog niet hebben overleefd. Gouverneur Korthals Altes was binnen de grenzen van de beperkte mogelijkheden gedurende de gehele oorlog op zijn post gebleven. Een van zijn eerste daden was een artikel te schrijven met de titel “het verleden belangrijk, van groter belang de toekomst.” Korthals Altes heeft het verschijnen van dit artikel niet meer meegemaakt. Hij is in september 1945 in het harnas gestorven.

In Duitsland werd in 1938 Rotary verboden. Gedurende de gehele oorlog bleef men bij elkaar komen ondanks de grote risico’s. Na de oorlog werd het verzoek gedaan om heroprichting. Rotary International heeft eerst een onderzoekscommissie ingesteld. Op 9.5.49 volgde de heroprichting van RC Frankfurt am Main. In 1950/1951 werden de contacten tussen de Nederlandse en Duitse clubs weer hersteld.

Rotary is een federatie van autonome clubs die allen lid zijn van Rotary International. Rotary International is eigenlijk de meest gedecentraliseerde en platte organisatie die er is. Het is gevestigd in 186 verschillende landen en regio’s en omvat tientallen talen, politieke en sociale structuren, culturen, gewoontes, religies en tradities. Hoe kan het dat al deze 27000 Rotary clubs in de wereld toch op bijna identieke wijze opereren? Dat merk je wanneer je andere clubs bezoekt, ook gemengde. Er zijn verschillen met jouw eigen club, maar de overeenkomsten zijn veel groter. Hoe hou je zo’n platte organisatie bij elkaar? Het antwoord op die vraag is: door middel van de standaard Rotaryclub statuten die zijn voorgeschreven voor alle Rotaryclubs die hun charter na 1922 hebben gekregen. Een van de voorwaarden om de charter te kunnen krijgen is de standaard club statuten te aanvaarden. De statuten omvatten ondermeer richtlijnen voor clubs voor de wekelijkse bijeenkomsten, proceduresvoor het lidmaatschap en classificaties, voorwaarden met betrekking tot attendance en contributie en beleidsuitgangspunten t.a.v. publieke en politieke aangelegenheden. De statuten vormen de basis en schablone (framework) voor de Rotaryclubs in de wereld en moeten worden beschouwd als een van de sterke punten van Rotary op basis waarvan het mogelijk is om in zovele duizenden gemeenschappen te functioneren op vrijwel identieke wijze. Ik zou U daaarom sterk willen aanbevelen om kennis te nemen van deze standaard statuten die U kunt aantreffen voorin in het jaarboek dat U allen hebt ontvangen. Het is immers de basis van Rotary.

Doelstelling

Het gaat bij Rotary om het ideaal van de dienst (service). De oorspronkelijke opzet van Paul Harris was niet zo ruim als tegenwoordig het geval is. Bij hem ging het in het begin meer om fellowship (kameraadschap en collegialiteit). Met de verspreiding van Rotary werd ook de opzet uitgebreid en nader bepaald. In de jaren 1910-1912 werd het ideaal van de dienst het grondbeginsel van de beweging. Met dit ideaal voor ogen wilde men een brug slaan tussen eigenbelang en gemeenschapsbelang. “He profits most who serves best” (1910 Sheldon). Later zei men “Service above self”. In het Nederlands zei men ook wel: “dienen verrijkt het leven”. Het programma van Rotary is vastgelegd in de statuten. Het verlenen van service volgens de 4 avenues nl Clubservice, Vocational service, Community service en International service. Rotary wekt op tot:

1. Velen te leren kennen, om beter te kunnen dienen.

2. Hoge ethische beginselen in het zaken- en beroepsleven.

3. Persoonlijk, maatschappelijk en zakelijk dienend werkzaam te zijn.

4. In internationaal verband te streven naar verdraagzaamheid, wederzijds begrip en vrede.

Club service als eerste avenue is natuurlijk erg belangrijk. Zonder fellowship kunnen de andere avenues ook niet naar behoren worden behartigd. Als je duizend vrienden hebt kan je er geeneen missen, zeggen ze wel eens. In deze club zijn we nog niet zover. Niettemin moeten we er wel naar streven. Maar moet je een Rotaryclub alleen op fellowship runnen? Moeten we het runnen alleen als een sociëteit voor fijne luiden? Dat zou verreweg het gemakkelijkst zijn. Op den duur, denk ik echter, dat zo’n club verpieterd en de aansluiting met de maatschappij en de jonge leden verspeeld. Wat mij overigens opgevallen is van de geschiedenis van Rotary, is dat er voortdurend vernieuwd wordt. Door de jaren heen zijn vele veranderingen aangebracht, rekening houdende met veranderende omstandigheden zowel maatschappelijk als door de toenemende internationalisatie. Dit is ook de kracht van de beweging. Paul Harris heeft in de begin jaren hard gevochten, eerst om anderen te overtuigen buiten Chicago clubs op te richten en daarna Rotary als een internationale beweging te zien. Hij heeft daarbij veel tegendruk ondervonden van vele leden.

Practische houding of levensbeschouwing?

Tot slot wilde ik nog wat zeggen over de filosofie van Rotary. Het is voor mij niet geheel duidelijk of Rotary met zijn ideaal van de dienst alleen maar een praktische houding of ook een levensbeschouwing aan de leden wil voorhouden. Aan de ene kant krijg je sterk de indruk dat Rotary niets anders bedoelt dan een praktische samenwerking voor praktische doeleinden, waar iedereen achter kan staan. Rotary blijft buiten alle politiek en godsdienst. De geest van verdraagzaamheid prevaleert. Paul Harris zei eens dat als hij in een gigantisch stadion oog in oog zou staan met alle Rotarians in deze wereld en één woord tegen ze zou mogen zeggen, dan zou hij ze het woord “tollerance”, verdraagzaamheid, willen toeroepen. Rotary wil geen enkele godsdienstige of politieke groepering vervangen. Vermijdt zorgvuldig ieder conflict daarmee. De leden zijn geheel vrij een persoonlijke overtuiging aan te hangen. Rotary heeft geen politiek en geen religieus karakter. Grijpt alles aan wat kan verenigen en vermijdt alles wat kan scheiden. Aan de andere kant zijn daar natuurlijk de ethische beginselen die in het verleden tot een principiële stellingname heeft geleid. Er heeft een “Rotary code of ethics” bestaan welke geformaliseerd is op de conventie van 1915 van San Francisco. Een soort humanistische zakenmoraal. Deze code of ethics is een aantal keren bijgeschaafd en werd overigens sterk bekritiseerd. In 1929 heeft men uitgesproken liever de nadruk te leggen op het programma zoals neergelegd in de 4 avenues. De ethische code raakte in onbruik, hoewel deze nog lang in de manual of procedure was opgenomen.

Het antwoord op de vraag of Rotary zijn leden alleen een praktische houding of ook een levensbeschouwing wil bijbrengen is niet geheel duidelijk en kan ook niet duidelijk zijn, omdat praktische houding en levensbeschouwing niet absoluut te scheiden zijn. Van de ene kant is het zeker waar, dat de eigenlijke opzet van Rotary geheel op practisch terrein ligt en dat Rotary geen werkelijke fundering of levensbeschouwing wil geven, waaruit die praktische instelling voortvloeit. Aan de andere kant is aan een praktische houding tegenover het leven, gemakkelijk het streven inherent, om op den duur te zoeken naar een soort principiële rechtvaardiging. De geschiedenis van Rotary toont dit ook aan. Heden ten dage echter is meer het streven zoveel mogelijk op praktisch maatschappelijk vlak te blijven, indachtig het devies “keep Rotary simple”. In ieder geval ben ik er persoonlijk van overtuigd dat geen van onze leden zijn ethische beginselen en zijn service ideaal hoeft te leren van een Rotaryclub. Deze zijn naar mijn mening, net als manieren, van huis uit mee gekregen.

Het is bijna een obligate opmerking om te zeggen dat het wel en wee van de club van de leden afhangt. De inzet en betrokkenheid van de leden is natuurlijk cruciaal.

Ter afronding zou daarom ik onze leden willen oproepen in het komende jaar naast de vele goede zaken die ze al in Rotaryverband doen, nog een paar dingen extra te doen in de servicegedachte. De mogelijkheden zijn buitengewoon groot. Daarbij kan uit welke avenue dan ook gekozen worden. Misschien is het echter geen gek idee te beginnen met clubservice. Charity begins at home. Wellicht kunt U denken aan contacten met de medeleden ook met hen die langdurig ziek zijn. Aan de attendance. Aan de nieuw aan te trekken leden en de begeleiding van de leden die net zijn aangetreden. Aan fellowship in het algemeen.

Tiong Liem
© 2006 – 2009 AA Webdesignloading RC Rotterdam